De Volkskrant

In zijn rubriek Boekenweek schrijft Arjan Peters op 1 juli 2017 over drie dichtbundels die in vertaling zijn verschenen.

Uit de Inleiding:
(…) “zag Arjan Peters weer eens hoe stil en precies veel vertalers te werk gaan.”

Uit het artikel:
“(…) Van een vergelijkbare heroïek is de publicatiegeschiedenis achter Dr. Erich Kästners Lyrische Huisapotheek uit 1936. In het getto van Warschau zijn 56 van de 199 gedichten van de verboden schrijver overgeschreven (…) In de nieuwe tweetalige editie is de Nederlandse vertaling van Paul van den Hout (…): Wil jezelf toch niet bedriegen/ het is zoals het altijd was:/ mensen zijn als eendagsvliegen/ tegen ’s werelds vensterglas.// De verschillen zijn niet groot en/ maken eigenlijk niets uit./ Toch: een vliegje heeft zes poten,/ en een mens er twee, hooguit. (…)”

Slotzin uit het artikel:
“Lof aan alle vertalers die, vaak zonder dat wij iets in de gaten hebben, zo meticuleus wikken.”

 

Nieuw licht op bewoordingen
Dat Paul zijn benaderingen steeds tegen het licht bleef houden, is te zien aan de twee onderstaande versies van een van de gedichten uit de bundel vertalingen (gevolgd door het oorspronkelijke door Kästner geschreven gedicht).
Het betreft de regels 6, 8 en 12 vs 14. In deze laatste twee regels gaat het ‘slechts’ om het op de juiste plek terugzetten van een paar gedachtepuntjes.

 

Het verwoorden van een veelheid – een rijkdom – aan gevoelens en het elk hun eigen plaats geven is een aan wetten onderhevig geheel; het voor Nederlandse lezers toegankelijk maken van gedichten die in een ander tijdsgewricht, in een andere taal zijn opgetekend, vraagt om inlevingsvermogen en degelijke vakkundigheid. Paul bezat inderdaad het vermogen ‘meticuleus te wikken’ en tegelijkertijd een schreeuw, een zucht, hoorbaar te maken.
Wat Arjan Peters schrijft, is maar al te waar: we lezen er zo gemakkelijk overheen; we hebben het niet in de gaten.

 

Hotelsolo voor een mannenstem

Dit is mijn kamer, maar niet echt de mijne.
Twee bedden staan er, hand in hand, aaneen.
Twee bedden. Ach, één kan er wel verdwijnen.
Want ik ben weer eens moederziel alleen.

De koffer gaapt. Ook ik gevoel mij moede.
Jij reist naar een heel andere man – een stuk.
Ik ken hem goed. Ik wens je al het goede.
En hoop haast op een spoorwegongeluk.

Waarom liet ik je gaan? Ik zal je missen.
(Al kan ik het alleen zijn heel goed aan.)
Maar, willen vrouwen zich per se vergissen,
dan moet je ze hun gang maar laten gaan…

De wereld is zo groot. Je zult verdwalen.
Als jij jezelf maar niet in rampen stort.
Maar ik ga straks een straffe borrel halen
en hopen dat je toch gelukkig wordt.

 

Hotelsolo voor een mannenstem

Dit is mijn kamer, maar niet echt de mijne.
Twee bedden staan er, hand in hand, aaneen.
Twee bedden. Ach, één kan er wel verdwijnen.
Want ik ben weer eens moederziel alleen.

De koffer gaapt. Ook ik gevoel mij moede.
Jij bent naar hém. Ja, een heel ander soort.
Ik ken hem goed. Ik wens je al het goede.
En stiekum ook dat straks je trein ontspoort.

Waarom liet ik je gaan? Ik zal je missen.
(Al kan ik het alleen zijn heel goed aan.)
Maar, willen vrouwen zich per se vergissen,
dan moet je ze hun gang maar laten gaan.

De wereld is zo groot. Je zult verdwalen.
Als jij jezelf maar niet in rampen stort…
Maar ik ga straks een straffe borrel halen
en hopen dat je toch gelukkig wordt.

 

Hotelsolo für eine Mannenstimme

Das ist mein Zimmer und ist doch nicht meines.
Zwei Betten stehen Hand in Hand darin.
Zwei Betten sind es. Doch ich brauch nur eines.
Weil ich schon wieder mal alleine bin.

Der Koffer gähnt. Auch mir ist müd zumute.
Du fuhrst zu einem ziemlich andren Mann.
Ich kenn ihn gut. Ich wünsch dir alles Gute.
Und wünsche fast, du kämest niemals an.

Ich hätte dich nicht gehen lassen sollen!
(Nicht meinetwegen. Ich bin gern allein.)
Und doch: Wenn Frauen Fehler machen wollen,
dann soll man ihnen nicht im Wege sein.

Die Welt ist groß. Du wirst dich drin verlaufen.
Wenn du dich nur nicht allzu weit verirrst…
Ich aber werd mich heute nacht besaufen
und bißchen beten, daß du glücklich wirst.